HSP Vraag #6 Hoe ga je om met teveel prikkels

“Als je doet wat je altijd deed krijg je wat je altijd kreeg!”

Leren omgaan met prikkels is een mooie uitdaging voor een hoog gevoelig persoon. Nog lastiger wordt het als het teveel prikkels zijn, maar wanneer zijn het er nu eigenlijk teveel? En welke prikkels gaat het over? Dit verschilt namelijk heel erg per persoon. Zo ben ik gevoelig voor geluiden. Ben ik in een ruimte waar veel geluid op de achtergrond is, dan ben ik vaak na een tijdje heel erg moe, krijg hoofdpijn, enzovoort. Voorbeelden van ruimtes zijn de kantoortuin, een sporthal met kinderen en fanatieke ouders, een grote zaal met mensen die met elkaar aan het praten zijn, enzovoort. Vroeger had ik niet in de gaten dat dit de reden voor mijn vermoeidheid was. Nu ik dat wel weet neem ik vaak maatregelen: oordopjes. Sinds ik deze gebruik duurt het een stuk langer voordat ik de vermoeidheid op voel komen.

Een andere ding bij mij is dat ik heel moeilijk tegen geuren kan en dan vooral in ruimtes waar geurkaarsen branden of worden verkocht. Ik kan dan eigenlijk helemaal niet meer ademen en moet snel de winkel uit. Ook als iemand een geurtje op heeft hangt soms de lucht nog een paar uur in mijn neus.

En hoe ga je er mee om?

Leer van jezelf en merk op in welke situaties voor jou de prikkels teveel zijn. Wees nieuwsgierig! Stop dus met piekeren en onderzoek wat voor jou het beste werkt. Ga niet in een hoekje in de kamer zitten. Dat is wel lekker veilig, maar daar wordt je zelf niet echt blij van. Gun jezelf iedere dag een moment zonder prikkels door ieder uur 10 minuten in een prikkel vrije omgeving te zijn. Wees creatief! Een aantal voorbeelden: rondje om het kantoor, het toilet, koffie of thee halen voor je collega’s, oordopjes (zonder geluid), een bespreekkamer voor jezelf reserveren. Wat jij nodig hebt! Gun je zintuigen even rust. Iedere dag een mindfulness oefening (zitten, liggen, bewegen, enzovoort) helpt bij mij ook heel goed.

Het meer in mij

Soms stel ik mij dan voor dat ik op de bodem van een meer ben met allemaal hoge golven (prikkels) die ontstaan zijn door de wind. Als de wind dan minder wordt verdwijnen de golven tot het water in het meer helemaal glad is. Maar het water is nog troebel van het zand en stof dat door het bewegen naar boven gekomen is. Ik neem dan waar dat het zand naar de bodem zakt (van mijn hoofd naar de bodem), ademhaling voor ademhaling. En als het zand gezakt is blijft het stof over dat in zijn tempo (vanuit mijn hoofd) naar de bodem zakt. En als het stof op de bodem ligt is alles om mij heen helder en voelen mijn hoofd en mijn lichaam rust. Ik geniet dan nog even van deze helderheid en ga verder met waar ik mee bezig was.