Fietbek: feedback voor thuisgebruik

Het geven van feedback geven is lastig. Op het werk lukt het meestal wel, maar hoe zit datFeedback puzzel thuis? Feedback geven richting partner of kinderen blijkt lastiger. Want natuurlijk is het niet zo erg als het dopje een keer niet op de tandpasta wordt gedraaid, dat de troep een keer niet wordt opgeruimd, dat de deur naar de gang blijft open staan, dat de kleren op de grond liggen in plaats van aan de kapstok of in de wasmand,  en noem nog maar een aantal situaties. Wat je juist irriteert is dat dat iedere keer gebeurt en dat je er al zo vaak iets van hebt moeten zeggen (Grrrrr!). En dus hoor je jezelf dingen zeggen als ‘Jij vergeet altijd het dopje op de tandpasta te doen!” of “Waarom doe je de was niet gewoon in de wasmand?”

Natuurlijk weet iedereen dat dit oordelend taalgebruik is. Maar dat oordeel heb je toch ook? En dat mag die ander best eens weten. Misschien helpt het je wat af te reageren. Maar het helpt niet het gedrag van de ander te veranderen. Want aan dat generaliseren hangen twee bezwaren:

  1. Het verleidt de ander niet zijn gedrag aan te passen, hij (of zij) is nu eenmaal zo (“Zo ben ik nu eenmaal!”). En in relaties moet je niet willen proberen de ander te veranderen. Toch?
  2. Je maakt het de ander erg makkelijk je ongelijk aan te tonen. Die hoeft daarvoor maar één voorbeeld aan te dragen: “Ik heb vorige week nog afgewassen!” Natuurlijk kam jij dan met: “Ja, maar …” Maar de slag heb je dan al verloren.

Misschien is het daarom toch handiger om ook thuis op een ‘nette’ manier feedback te geven en op zoek te gaan naar andere manieren om je ergernis kwijt te raken, een stukje gaan hardlopen of wandelen misschien? Of te accepteren dat het is zoals het is.